Prof. Dr. Johannes Taschner

tascner

In de bestudering van het Oude Testament dringt men consequent door in de Hebreeuwse tekst en zijn concordante referenties, bestudeert men de functie van de tekst binnen de bijbelse overleverings- en traditiegeschiedenis en zoekt men naar het gewrichtspunt van de receptiegeschiedenis. Er is tevens plaats voor discussie over de actuele relevantie van de tekst.

Modules zijn Inleiding Oude Testament, Exegese, Theologie van het Oude Testament e.a.

Johannes Taschner promoveerde met een proefschrift over de Jacobverhalen in Genesis. Zijn specialiteiten zijn de Kanonische Bibelauslegung en de joods-christelijke dialoog. Hij werkte mee aan de redactie van een kinderbijbel en publiceerde onder meer Die Mosereden im Deuteronomium. Eine kanonorientierte Untersuchung (Tübingen, 2008).

Wil de kerk haar opdracht van de verkondiging vervullen, dan moet ze telkens weer opnieuw de Bijbel met het heden in relatie brengen. De opgave van de exegese ligt erin de onafhankelijkheid van de bijbelse teksten in dit onderhoud te waarborgen en duidelijk te doen uitkomen. Te interpreteren is de Oertekst in zijn canonische vorm, wil men zich niet van de oudkerkelijke en reformatorische fundamentele beslissingen over de omgang met het geschrift afsplitsen.

De Bijbelse oerteksten zijn vooral door zorgvuldig uitwerken van hun semantische structuur tegen ondeskundige beslaglegging te beschermen. Op deze manier moest de relatie tot de Oertekst als kans worden gezien, het theologische denken en de latere kerkelijke verkondiging substantie te verlenen. Grondige kennis van het Hebreeuws is een basisvoorwaarde, niet alleen voor het onderzoek, maar ook later voor de preek- en lesvoorbereiding.

Bovendien is het de opgave van de exegese de onafhankelijkheid van de Bijbelse teksten, door het onderzoeken van hun functie binnen hun oorspronkelijke verwachtingspatroon, uit te werken. Hiervoor moeten de literatuur- en sociaalgeschiedkundige achtergronden aan het licht gebracht en aangevoerd worden. Al het exegetisch werk moet van een zorgvuldige analyse van de Hebreeuwse abstractie uitgaan. Dit vormt de basis voor het literair-narratologisch onderzoek van de vertellende teksten, die noodzakelijk is om het bijzondere van de oudtestamentische geschiedschrijving passend op prijs te kunnen stellen. Met de vraag aan de hand van welke vertelstructuren in het Oude Testament geschiedenis wordt weergegeven, bevindt men zich echter reeds midden in het gebied van de theologische uitspraken van de Bijbelse teksten.