Hoofdvakstudie

De begeleidende hoogleraar wordt per student aangewezen

Deze module bestaat uit drie delen: uitgangspunten, verbredende literatuur en toespitsing op de Masterproef. De student leert alle aspecten van zijn gekozen onderwerp kennen en positioneert zich ten aanzien van zijn onderzoeksvraag. Algemene literatuur wordt opgegeven, verdere verdieping ontstaat in de synergie tussen student en begeleider.

 

Bijvakstudie

Dit onderdeel van de masterstudie geldt ter ondersteuning van het thema van het gekozen hoofdvak en wordt afgesloten op het einde van het eerste semester. De keuze van het bijvak is vrij en kan ook een niet-theologisch vak zijn dat op een ander instituut wordt gevolgd. Wel is er steeds onderling overleg tussen begeleider en student.

 

Onderzoeksmethodologie

Een belangrijk onderdeel van de masterstudie is zelfstandig onderzoek onder de knie krijgen. Daartoe dient de module Onderzoeksmethodologie. Hier komt de eigen manier van werken in de geesteswetenschappen aan bod, alsook in sociale en psychologische kennisverwerving. Hier doet de student essentiële bekwaamheden op met het oog op de Masterproef.

Masterproef

De UFPT-masteropleiding is academisch gericht. Daarom is de masterproef er een belangrijk deel van. Hierin geeft de student(e) blijk van analytisch vermogen, theorievormend inzicht en probleem­oplossend vermo­gen op begin­nend academisch niveau.

Het (voorlopig) onderwerp van de proef wordt gekozen bij het begin van het masterjaar en kan desgewenst dienen als onderwerp van het onderzoeksplan. De keuze en regelmatige bijstelling van het onderwerp in functie van het intussen geleerde behoort tot het leerproces.

Het werk aan de masterproef wordt ten laatste aan het begin van het 2e semester aangevat:

–    Begeleider en student(e) overleggen over het onderzoeksontwerp.

–    De student(e) legt de begeleider een uitgewerkt onderzoeksontwerp voor.

–    Na bespreking, eventuele bijstelling en goedkeuring begint de student(e) met de uitvoering van het plan.

Tijdens de uitvoering van het project is er geregeld overleg met de begeleider:

–     gemiddeld eenmaal per maand worden in individuele gesprekken de vorderin­gen besproken.

–     studenten binnen één onderzoeksgroep hebben geregeld een geza­menlijke bij­een­komst met hun begeleiders, waarop inhoud en vorderingen van de pro­jec­ten worden besproken. Studenten leveren daar op vraag van hun bege­leider presentaties.

Ook wonen de studenten van een onderzoeksgroep gezamenlijk de samenkoms­ten van de senior-onder­zoe­­kers bij, voor zover die in de periode van hun hoofd­vakstudie worden georganiseerd.

 

Masteropleiding met drie finaliteiten

 

  1. Theologie en Predikantschap

 

Het programma ‘Theologie en Predikantschap’ bouwt voort op het algemene gedeelte van de masteropleiding zoals hiervoor beschreven. Met de toespitsing van deze wetenschappelijk gerichte masteropleiding bereiden studenten zich voor op het predikant­schap in de VPKB. Het desbetreffende diploma geeft toelating tot het proponent­schap binnen deze kerkgemeenschap. Tegen die achtergrond is de Commissie Ambten (CA) van de VPKB op verschillen­de manieren in de opzet van dit studiejaar betrokken.

Naast de praktijktheoretische en op het kerkelijk leven en de traditie van de VPKB gerichte modulen voorziet het programma in participerende stages. De ene stage betreft een kerkelijke gemeente, terwijl in een andere modu­le de student(e) kennisma­akt met bijzondere pastorale arbeid. Ge­dacht kan worden aan instellings­pastoraat, maar ook aan missionair-diaconale projecten vanuit de VPKB. Stageplaatsen worden gezocht in overleg met de CA. De plaatselijke predikant fungeert als directe stagebegeleider en schept plaatselijk de voorwaarden voor een optima­le leersituatie. Begeleiding, reflectie en feed­back worden geboden tijdens de terugkombijeenkomsten in de Faculteit. Gedu­ren­de het praktijkgerichte gedeelte zijn er enkele gerichte ontmoetingen met de CA. De afzonderlijke ‘Stagemap’­ biedt nadere informatie over de uit te voeren stages.

Het praktijkgerichte gedeelte wordt afgesloten met een schriftelijk eindwerkstuk, waarin naar de keuze van de student(e) een aspect van het predikantschap of het kerke­lijk leven in al zijn facetten wordt behandeld.

Coördinator van dit masterprogramma is de hoogleraar praktische theologie.

 

Sem 1 sp Sem 2 sp
    M111 Preekvoorbereidingsproces 5
    M113 Stage bijz. pastorale dienst 5
      15
Sem 3   Sem 4  
M112 Gemeentestage met Eindwerkstuk 15 M114 Kerkrecht en symboliek 5
  10   5

 

 

 

 

 

 

  1. Theologie en godsdienstonderwijs

 

Het programma met finaliteit ‘Theologie en Godsdienstonderwijs’ bouwt voort op het algemene gedeelte van de masteropleiding zoals hiervoor beschreven. Via het toe­gespitste gedeelte van deze masteropleiding bereiden studenten zich voor op het leraarschap in het Protestants-evangelisch Godsdienstonderwijs (PEGO), middel­baar en hoger middelbaar. In de opbouw van het beroepsvoorbereidend gedeelte ligt inhoudelijk een zwaar accent op de praktijkvorming, en ook waar het theore­tische modulen betreft zijn deze praktijkgericht van aard en bedoeld het praktijk­vormende te ondersteunen. Zo behelst dit programma één van de finaliteiten van de wetenschappelijk gerichte masteropleiding van de FPG.

De opleiding bestaat uit drie gedeelten: (1) een algemeen deel, dat gelijk is voor alle Masterfinaliteiten (75 sp); (2) een aanvullend deel meer gericht op het PEGO (15 sp); en (3) een beroepsvoorbereidend deel met toerusting en stages (60 sp).

Het beroepsvoorbereidende gedeelte, de zogenaamde Specifieke Leraren-Opleiding (SLO), wordt georganiseerd in samenwerking met de Faculteit Godgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Leuven. Het beslaat 60 sp, waarvan 30 sp bestaan uit theoretische toerusting en 30 sp uit stagelessen met begeleiding en evaluatie. De SLO wordt gecoördineerd door prof. dr. D. Pollefeyt. Van de toerusting wordt één module, Praktijkinitiatie Godsdienst, gegeven vanuit de FPG, terwijl de stages worden gedaan in het PEGO. Aan beide onderdelen wordt medegewerkt door dr. D. Wursten, inspecteur PEGO.

Voor het beroepsvoorbereidende jaar schrijft men zich in aan de KUL tegen een inschrijfgeld ongeveer € 250. Tijdens hetzelfde jaar blijft men ook student aan de FPG en betaalt daar enkel € 50 administratief inschrijfgeld.

Coördinator van dit masterprogramma is de hoogleraar praktische theologie.

 

 

 

 

 

  1. Theologie en onderzoek

 

Het programma ‘Theologie en Onderzoek’ bouwt voort op het algemene gedeelte van de academisch gerichte masteropleiding zoals hiervoor beschreven. Er wordt een bijvak meer gedaan en er wordt meer tijd besteed aan de masterproef dan in de andere twee finaliteiten. De toespitsing van deze finaliteit is erop gericht de studenten te trainen, te toetsen en te begeleiden:

–     in het via literatuurstudie uitbouwen en verdiepen van de kennis, het begrip en het kritisch oordeelsvermogen op het gebied van het hoofdvak en het thema;

  • in het verwerven van wetenschappelijke beroepsvaardigheden zoals het geven van presentaties van wetenschappelijk werk en het schrijven van wetenschap­pe­lijke artikelen;
  • in het weloverwogen en doelge­richt opzetten van een wetenschappelijk theologisch onderzoek, dat mogelijk als promotieonderzoek kan worden uitgewerkt.

Studenten met een masterdiploma theologie van een andere instelling of met een door de Onderwijsraad erkend equivalent kunnen met door de Onderwijsraad vast te stellen vrijstellingen instromen in het program­ma.

Studenten met een masterdiploma uit een andere studierichting kunnen instromen via een aanvullingsprogramma dat de Onderwijsraad vaststelt in functie van de aard van hun eerdere studie.

Met het einddiploma kan men per brief bij de Onderwijsraad toelating vragen tot de promo­tiestudie. Vooroverleg met de decaan of een beoogde hoofdbegelei­der is hierbij aangeraden.

 

  sp
M301 Opzet promotieonderzoek (2. Sem) 15
M302 Schrijven wetenschappelijk artikel (3. + 4. Sem) 15
  30